bij opgroeien hoort een baan – Stichting Hoezo Anders

0

Werk. Als ik denk aan werk, denk ik eerder aan een negen tot vijf baan, die dag in dag uit hetzelfde is. Als ik denk aan werk, denk ik aan geld verdienen, belasting en rekeningen. Ik denk aan boodschappen, vakantiedagen en kerstpakketten. Veertig jaar en dan met pensioen.

Een traditioneel beeld. Werk is belangrijk, maar het is veel meer dan financieel onafhankelijk zijn. Het is ervaring opdoen, samenwerken, opgroeien en je ontwikkelen. Je bent sociaal, zelfstandig en toch ook afhankelijk van collega’s.

Iets te spannend
Werk is een nieuwe levensfase. In mijn middelbare schooltijd ben ik enkel in de zomer aan het werk geweest. Simpel geld verdienen in een bollenschuur met een stel vrienden en familie. Daarna komt het bijbaantje dat iedereen in mijn omgeving had, behalve ik. Ik wilde wel werken, maar wat moest ik doen? De klassieke baantjes, zoals serveerster, caissière, vakkenvuller of krantenbezorger. Dat zat er niet echt in. Toch maar gaan proberen, achter de kassa. Helaas vonden ze het bij de supermarkt toch iets te spannend en bliezen ze het hele gebeuren af. Jammer, maar helaas.

Niet helemaal meekomen
Een baantje hebben en geld verdienen zijn niet allesbepalend. Niet omdat ik ook nog naar school ga. De combinatie van werken, naar school gaan en het huis uit gaan was voor mij niet haalbaar. Een naar idee, want dat geeft toch het gevoel dat je niet helemaal meekomt in de maatschappij en misschien is dat ook wel zo.

Oké, ik draai niet mee, maar ik doe wel mijn best. Ik had er een gesprek over met een arts van het UWV. Hij begreep mijn probleem. Hij vond ook dat ik niet alles moest willen. Alles komt met de tijd, net zoals opgroeien met de tijd komt. Eerst school, vond hij, en daarna werken. Als je iets doet, moet je het immers ook goed doen.

Het komt goed
Dus… werk. Als ik denk aan werk, denk ik aan opgroeien. Jezelf ontwikkelen en je leren uiten. Voor jezelf opkomen en leren dat je niet altijd maar je eigen ding kunt doen. Verantwoordelijk zijn en luisteren wanneer dat moet. Als ik denk aan werk, denk ik: dat komt wel goed. Op een dag. Wanneer ik er klaar voor ben.