blogs Archieven – Pagina 3 van 7 – Stichting Hoezo Anders

0

Voor iedereen is het leven zo gewoon. Je leeft in de sleur van alle dag, je rent van hot naar her om steeds maar weer ergens op tijd te zijn. Uiteindelijk vergeet je te genieten van alles om je heen. Je wordt boos op het weer, boos op je werk, boos op mensen om je heen. Dat is ergens natuurlijk wel logisch met onze hedendaagse, drukke maatschappij.

Leven met cerebrale parese is niet altijd makkelijk geweest. Vaak heb ik me ook lelijk gevoeld. Ik vond mezelf een ramp. Ik was bang voor iedereen om mij heen, want ik ben anders dan anderen. Ik was bang dat mensen me raar vonden of over mij gingen roddelen. Dat soort doemgedachtes had ik altijd toen ik mijn handicap nog niet accepteerde. Niet gek ook dat ik, toen andere kinderen vroeger tegen mijn spalk aanschopten, mijn zelfvertrouwen een extra deuk  opliep.

Een prachtmens

Eén van de voordelen van het leven is dat je gaandeweg meer levenservaring krijgt. Je leert omgaan met dingen van jezelf die misschien minder mooi lijken. Je leert omdenken, je leert jouw krachten kennen. En eigenlijk, als je dan stiekem even heel diep vanbinnen kijkt, naar iets wat je misschien wel diep weggestopt hebt, zie je dat je beperking jou mooi maakt. De beperking die je hebt, maakt jou tot wie je bent. Tegenslagen in mijn leven hebben er uiteindelijk ook voor gezorgd dat ik sterker ben geworden. Ik ben zoals ik vaak van een dierbaar persoon hoor, een prachtmens, maar moet dat zelf nog leren zien. Ik kijk namelijk zelf te vaak naar mijn uiterlijk en naar de imperfecties die bij mijn lichaam horen; maar wie jij bent is niet alleen je uiterlijk, maar ook je binnenkant. Ik ben een doorzetter, een volhouder, een gedreven en hardwerkend persoon. Ik ben wie ik ben en heel langzaam, stapje voor stapje leer ik dat accepteren.

Eruit halen wat erin zit
Wat ik zo mooi vind aan mezelf, is dat ik zo ontzettend kan genieten van alles om me heen. Ik ben de afgelopen jaren een aantal keer hard met mijn neus op de feiten gedrukt. Toen betrapte ik mezelf erop dat ik niet genoot. Life’s a bitch en het leven is zo voorbij, dus moet je eruit halen wat er in zit. Dus besloot ik het leven over een andere boeg te gooien en zo veel mogelijk te gaan genieten. Je bent een mooi en krachtig mens als je ook je minpunten kunt accepteren en ondanks die minpunten alles uit het leven kunt halen. Zo heb ik het voorrecht om een aantal prachtige mensen om me heen te hebben.

Sinds ik meer aan het genieten ben, voel ik dat ik er mag zijn. Ik kan genieten terwijl ik in de regen loop, wanneer ik helemaal onder de modder zit, als ik met de paarden bezig ben, als ik op de racefiets zit, als het zonnetje er is, of als ik met een oud fotoboek op schoot zit en herinneringen ophaal. Ik kijk op en lach: het leven is mooi, je moet het alleen durven zien.

Een aantal weken geleden werd het onderwerp voor de volgende blogs bekend gemaakt: ‘Mooi!’. In eerste instantie dacht ik dat ik daar zeker wat mee zou kunnen, ik ben immers geen 16 meer en ik denk positiever over mezelf dan dat ik de afgelopen jaren heb gedaan. Toch heeft het weken geduurd voordat ik kon bedenken wat er mooi is aan mezelf en aan mijn leven met reuma. Want ik ben van mening dat mijn chronische ziekte mijn leven niet mooi maakt.

Wat anderen mooi aan mij vinden
Als ik eerlijk ben, heb ik zelfs hele gesprekken met mijn moeder gevoerd over dit onderwerp. Maakt reuma mijn leven beter? Nee. Maakt het mij een beter persoon? Niet dat ik weet. Word ik knapper door reuma? Was dat maar waar. Ik heb zelfs aan anderen gevraagd wat zij mooi aan mij vinden, zodat ik misschien inspiratie kon op doen. Mijn vriendinnen noemen mij een doorzetter, sociaal, lief, grappig, sterk. Ook zeggen ze dat ik meer in oplossingen ben gaan denken en dat ik altijd klaar sta voor een ander. En -niet onbelangrijk- ik blijk een mooie kont te hebben… (bedankt). Ik heb hier diep over nagedacht en ik denk dat ik het over het algemeen wel eens ben met deze mooie dingen.

Er zijn voor anderen
Ik vind het ontzettend belangrijk om er voor anderen te zijn. Hoe kan ik anders verwachten dat zij er voor mij zullen zijn als ik ze nodig heb? Waarom zouden ze mijn rolstoel willen duwen als ik me niet inzet voor een ander en voor de vriendschap met een ander? Vriendschap is voor mij de afgelopen jaren erg belangrijk geworden. Door de reuma ben ik erachter gekomen dat ik het leven niet alleen aan kan. Ik heb anderen nodig om mee te praten, ik heb anderen nodig voor schoolaantekeningen, ik heb anderen nodig om afgeleid te worden wanneer ik dat nodig heb.

Even belangrijk -of zelfs belangrijker- is hoe ik zelf in het leven sta. Natuurlijk mag ik balen als iets me niet lukt, als ik iets niet kan en balen dat ik vaak ziek ben en dat ik pijn heb. Natuurlijk mag ik huilen, boos worden en liggen in mijn bed als ik dat wil, maar het gaat erom hoe lang ik dat doe. Als ik daar nooit uit was gestapt, was ik niet waar ik nu ben: ik zit in mijn 3e jaar van mijn voltijd hbo-opleiding, ik heb een ontzettend lieve vriend en ik heb de beste vriendinnen die ik maar kan wensen. Dit alles komt door mezelf. Het gaat erom hoe ik met alles om ga: ik kan mijn leven zo mooi maken als ik zelf wil.

Schoonheid zit van binnen. We beoordelen elkaar echter op de buitenkant. Iedereen kijkt en oordeelt. Iedereen ziet en vindt. Dat klinkt oppervlakkig en als een heftig gebrek aan menselijk denken, maar iedereen doet het. Het zit in ons, het is normaal geworden. Het is dan ook niet dat ik kan zeggen dat ik daar helemaal niet aan meedoe. Dat ik mensen van een afstandje niet goed zie, betekent niet dat ik geen oordeel heb. Ik kan een mening hebben over dat wat ik wel zie en ideeën hebben over wat ik graag zie. Wat mooi is, is voor mij misschien heel anders dan wat mooi is voor vele anderen. Ik kijk net als iedereen naar anderen en vind daar iets van.

Zelf bedenken hoe iets eruit ziet
Wat mij dan toch anders maakt, is mijn vermogen om de ontbrekende aspecten van het uiterlijk en mijn omgeving zelf in te vullen. Ik kan ze immers niet zien, maar dat wil niet zeggen dat ik er niet zelf een beeld bij heb. Een deel van de wereld bestaat alleen in mijn hoofd, omdat ik voor mezelf vaak moet bedenken hoe iets eruit ziet en wat ik er dan van zou vinden. Ik kan hem dus zo mooi of zo lelijk maken als ik maar wil.

Dat ik visueel beperkt ben, betekent dus niet dat ik niet om me heen kijk of naar mezelf. Ik kan meedoen met het eeuwige beoordelen van anderen. Beoordelen op innerlijk, maar ook op uiterlijk. En dat is niet oppervlakkig: het is een manier om te overleven. Ik moet immers ook kunnen beoordelen of iemand te vertrouwen is en als ik die persoon nog niet goed ken, is het uiterlijk dat wat daarbij moet helpen. Dat geldt natuurlijk voor ieder mens.

Schoonheidsfoutjes

Of ik dan wel eens fouten maak? Ja, het is wel eens gebeurd dat ik een docent, nadat ik hem enkel vanaf een afstand in de collegezaal had gezien, voor het eerst van dichtbij zag. Toen bleek de beste man een bril te hebben, terwijl ik me hem juist zonder had voorgesteld en had bedacht dat hem een bril helemaal niet zou staan.

Toch vind ik het een mooie eigenschap die mijn beperking met zich meebrengt. Zogenaamde schoonheidsfoutjes zijn voor mij onzichtbaar, dus je hoeft je bij mij niet ongemakkelijk te voelen als je je make-up vergeten bent! Al moet ik zeggen dat ik het innerlijk toch vele malen belangrijker vind, en een beperking kan dat innerlijk nooit schaden.

Schoonheid, wat is dat eigenlijk? Heeft dat te maken met iets mooi vinden? En wat is dat dan,  ‘mooi’? Is het dat je ergens van geniet, er gelukkig van wordt, er trots op bent? Schoonheid is iets waar we altijd al heel veel mee bezig zijn geweest. We stuntelen en ploeteren met make-up, kledingstijlen, accessoires en kapsels om te zorgen dat ons uiterlijk de beste versie van onszelf laat zien. Maar het is zo ontzettend relatief: wat we vergeten, en wat juist zo belangrijk is, is dat elk mens een eigen schoonheid heeft. Vanbuiten, maar ook vanbinnen.

Ik vind mijzelf niet lelijk
Ik zal er niet om liegen: ik vind mijzelf niet lelijk. Sterker nog, ik vind dat ik best mooi ben en ik vind ook dat dat best gezegd mag worden. Het is helemaal niet ijdel of oppervlakkig om uit te spreken dat je blij bent met jezelf; dat zouden we sowieso veel vaker moeten doen, want dáár worden we pas zelfverzekerd van. Ik vind mijn haar mooi, mijn ogen, mijn jukbeenderen en gewoon mijn gezicht. Ik geniet ervan om kleren aan te hebben die laten zien wie ik ben en waar ik voor sta, omdat dat me helpt de focus te leggen op mij en niet op mijn beperking of ziekte. Dat is wat mij tot een sterk en zelfbewust persoon maakt. Kracht en zelfbewustzijn geven je een gloed en een uitstraling die niets te maken hebben met uiterlijke schoonheid, maar waardoor je wél heel mooi bent.

Niet-aflatende vechtlust
Maar mijn uiterlijk is maar zo’n klein stukje van mijn schoonheid, en ook dat mag gezegd worden. Ik vind heel veel dingen mooi aan mezelf: mijn vermogen en verlangen om te inspireren gewoon door hoe ik ben, de liefde die ik geef aan mensen die echt belangrijk voor me zijn, de manier waarop ik mezelf kan uiten door te schrijven en mijn dromen en ambities om iets bij te dragen aan de maatschappij. Ook mijn gevoel voor taal, mijn zelfinzicht, mijn vermogen om gelukkig te zijn met en te genieten van eigenlijk alles in mijn leven en de manier waarop ik omga met mijn ziekte: met doorzettingsvermogen en niet-aflatende vechtlust om dingen te vinden die wél werken.

Soms knap lelijk, soms heel mooi
En ja, veel van die dingen zijn veroorzaakt door mijn ziekte: ik geloof er heilig in dat ik juist door mijn ziekte een mooi mens ben geworden. Dankzij mijn ziekte heb ik mezelf leren kennen en ik ben dol op de persoon die ik dankzij mijn ziekte ben. Dankzij mijn ziekte heb ik prachtige dingen meegemaakt en mogen doen, zoals een ontmoeting met de paus, tot twee keer toe spreken voor een publiek van jonge artsen en een artikel schrijven voor een tijdschrift voor jongeren met een beperking. Dankzij mijn ziekte waardeer ik alles en iedereen om me heen veel meer en veel oprechter en heb ik veel vertrouwen in de toekomst. Het is eigenlijk net als met het leven zelf: soms is het ziek zijn knap lelijk, maar soms ook heel mooi.

Een jongen met oranje krullen, vroeg twee decennia geleden in het zwembad, of ik met hem van de glijbaan wilde. Neeeee! dacht ik, maar ik durfde geen ‘nee’ te zeggen. Wegrennen was geen optie, want dat mocht niet in het ‘tropisch zwemparadijs’. De jongen kende mij niet, had nooit een woord met mij gewisseld en wilde toch met mij van de glijbaan. Dan gok ik dat hij mij knap of mooi vond. Ik stond daar niet bij stil, want ik was te veel bezig om zo snel mogelijk van die glijbaan af te glijden om vervolgens te kunnen vluchten.

Ten tijde van de middelbare school vond ik jongens nog steeds eng, maar ik wilde toch opgemerkt worden. Voornamelijk omdat ik me dan even geen waardeloze nul voelde. Ik had zelfs eens een blauw shirt met in grote witte letters ‘sexy’ erop. De focus ging naar mijn uiterlijk, want daar kon ik concreet mee bezig zijn. Wel mocht het niet te veel tijd kosten, want dan was het tijdverspilling, omdat ik minder tijd over had om te studeren. Kleren aan, een beetje make-up en dat was het. Soms vond ik mezelf mooi.

Mijn binnenkant ging kopje onder
Vaker vond ik mezelf echter lelijk; dat paste beter bij mijn gevoel en de gedachten die ik over mezelf had, zoals dat ik niet snel genoeg leerde en dus dom was in mijn ogen. Het dagelijks leven was voor mij alsof ik steeds moest zwemmen, terwijl ik mijn zwemdiploma nog niet had. Ik was angstig, depressief en dwangmatig. Pas toen ik steeds vaker dood wilde, dacht ik dat het niet meer hoorde bij de leeftijdsfase waar ik in zat en zocht ik hulp.

Het was een verademing om te horen dat ik psychische problemen had en dat het niet ‘hoorde’ wat ik allemaal voelde, deed en dacht. Een lange van-therapie-naar-therapie reis volgde. Het was een proces van vallen en opstaan om mijn binnenkant beter te begrijpen, te accepteren en te waarderen. Dat viel niet mee door de combinatie van verschillende diagnoses (persoonlijkheidsstoornis, dwangstoornis en stemmingsstoornis).

Laat mij maar schrijven
Sinds vorig jaar is overigens pas de echte kern van mijn verschillende klachten duidelijk: een Autisme Spectrum Stoornis (die wordt vaker laat opgemerkt bij vrouwen). Doordat ik weet dat ik een vorm van autisme heb, vecht ik niet meer om ‘normaal’ te zijn. Ik vergelijk mezelf minder met anderen en waardeer mijn eigen uiterlijk en innerlijk meer. Ik leer zwemmen op mijn eigen tempo.

Mijn schaamte is veel minder en ik ben open over mijn beperkingen. Het liefst via mijn blogs, want dan kan ik rustig nadenken. Met schrijven geef ik mezelf een plekje in de wereld. Het is mijn manier om écht contact te maken. Ik heb zelfs mijn huidige vriend leren kennen doordat ik eens gedichten voordroeg. Ik hoefde er niet eens voor naar het zwembad! Fijn, want zwemmen is niet mijn favoriete bezigheid. Laat mij maar schrijven.

Heeft het hebben van een chronische aandoening voordelen? Niet direct. Maar waar ik wél baat bij heb, is dat ik op jonge leeftijd al gedwongen werd om mijzelf onder de loep te nemen. Want op mijn twintigste ging het alles behalve goed met mij. Ik had net te horen gekregen dat ik Gilles de la Tourette heb. Ik had ook last van een hele rij angsten en met name was ik bang om contact te maken met anderen. Bovendien was ik erg neerslachtig en op sommige dagen zo depressief, dat ik het de moeite niet vond om mijn bed nog uit te komen.

Niet zonder slag of stoot
Op dat moment had ik twee keuzes: zo jarenlang blijven doorsukkelen of keihard aan de slag met mijzelf en zorgen dat ik weer wat van mijn leven ging maken. En ondanks dat ik door mijn depressiviteit behoorlijk aan het worstelen was met levensvragen als: wat doe ik eigenlijk nog hier?, zag ik blijkbaar toch de waarde van het leven in en koos ik ervoor om te vechten. Dat ging niet zonder slag of stoot, van veel therapieën die ik volgde zag ik het nut niet in en vergeleken met medecliënten vond ik mezelf heel normaal. Uiteindelijk heb ik nog het meeste baat gehad aan mijzelf steeds een schop onder mijn kont te geven.

Stappen in de goede richting
12038137_10201315059715898_6043925518567161805_n-200x200-4272662In de periode dat ik veel therapieën volgde, had ik een methode voor mijzelf ontwikkeld: eerst even lekker tegen een therapeut zeuren dat ik iets niet kon of durfde, en de dag erna ermee aan de slag gaan. Dan ging ik bijvoorbeeld bewust iets doen wat buiten mijn comfortzone lag. Dat kon toen iets simpels zijn zoals een vraag stellen aan een medewerker in een winkel (ik durfde geen vreemden aan te spreken). De volgende keer dat ik mijn therapeut sprak, liet ik hem van zijn stoel vallen van verbazing, omdat ik binnen een week alwéér een stap in de goede richting had gezet. Het klinkt nu heel eenvoudig, maar het is wel een lang proces geweest om vele angsten te overwinnen en weer beter in mijn vel te zitten.

Tegenslagen zijn niet erg
Door zo bewust aan de slag te gaan, heb ik veerkracht ontwikkeld. Die veerkracht komt altijd van pas. In het kort betekent veerkracht: vallen, maar óók weer opstaan. Laten we eerlijk zijn: niet alles in het leven is leuk of prettig. Bij een heftige gebeurtenis veer ik een stuk richting verdriet of angst, en laat deze bewust ook toe, maar daarna veer ik weer terug naar stabiliteit. De belangrijkste les die ik heb geleerd in jaren therapie is dan ook: tegenslagen zijn niet erg, maar het is wel belangrijk dat je er goed mee omgaat en dat je vroeg of laat weer uit de put klimt. En als ik mezelf weer oppak, het beter gaat, kan ik voor mijn gevoel de hele wereld aan!

Ik krijg vaak te horen van mensen dat ik zo open ben en eerlijk. Ik antwoord dan altijd door te zeggen: ‘Ik kan mij gewoon niet anders voordoen’. Volgens mij is het kenmerkend voor mensen met een non-verbale leerstoornis (NLD). Maar als ik ergens door heb geleerd om mezelf te zijn, is het door mijn psychische uitdagingen. Tien jaar geleden was ik depressief en heel ongelukkig. Dit liet ik toen aan weinig mensen merken. Ik voelde me alleen en onbegrepen en liet niemand toe. Toen het echt niet meer ging, ben ik langzaamaan meer open geworden. Gedeelde smart is halve smart, dat gezegde klopt wel.

Hoe gaat het?
Iedereen krijgt elke dag wel de vraag te horen: ‘hoe gaat het?’ Ik vind dat je daar eerlijk antwoord op moet geven, dat vind ik gewoon logisch. Niet altijd natuurlijk, soms betekent ‘hoe gaat het’ eerder ‘hallo’ en is een oppervlakkige reactie gepast. Maar ik kwam op een gegeven moment klem te zitten. Ik kreeg last van een angststoornis en het ging helemaal niet meer goed. Moest ik dan een glimlach opzetten en zeggen: ‘Ja prima hoor’? Dat kon ik niet, want dan zou ik liegen. Door mijn psychische klachten werd ik eigenlijk gedwongen om meer integer te zijn. En dat vind ik het mooie van mijn aandoeningen. Angst, depressie heeft mij dus ook iets positiefs gebracht: ik ben meer mezelf geworden.

Maskers
Veel mensen dragen maskers. Ze zeggen dat het altijd goed gaat. Ze praten over oppervlakkigheden en geven nooit eens een kijkje in hun ziel. Ze zijn soms goed gebekt en lijken heel zelfverzekerd. Ik vind het heel moeilijk als mensen zich zo anders voordoen, het maakt ze ongrijpbaar. En ik houd juist zo van voorspelbaarheid, vaste patronen. Maar vaak is het zo dat mensen die hard schreeuwen, zich vooral overschreeuwen. Soms hebben ze een trauma opgelopen en zijn ze diep van binnen heel onzeker. Hun geschreeuw is vaak een manier geworden om zichzelf te beschermen tegen verdriet. Ik liet me altijd door dat soort mensen intimideren, ik werd er heel onzeker van. Tot ik ze in therapie tegenkwam en de andere kant zag.

Openheid is besmettelijk
Open zijn betekent niet dat je met je levensverhaal te koop loopt. Het heeft zijn grenzen en je moet aanvoelen wat wel en niet gepast is. Maar ik merk altijd weer dat openheid besmettelijk is. Hoe vaak merk ik niet dat ik als ik me kwetsbaar opstel, mensen ook hún kwetsbaarheid laten zien. Je ontdekt dat die leuke meid ook medicijnen slikt, en dat die rustige man een burn-out heeft meegemaakt. Eén op de vijf krijgt een psychische aandoening, het is dus ook niet zo verwonderlijk. En of je nou echt een diagnose hebt of niet, we hebben allemaal onzekerheden. Met niemand gaat het altijd goed, dat kan gewoon niet.

Mijn aandoeningen hebben mij geleerd om mijn maskers af te zetten. Het lucht enorm op als je niet meer zo’n moeite hoeft te doen om iemand te spelen die je niet bent. Ik denk dat er mooie dingen gebeuren als we leren om ‘echt’ te zijn.

Brene Brown heeft verschillende boeken over dit onderwerp geschreven, één daarvan is ‘De kracht van kwetsbaarheid’. Meer info vind je hier. 

De donkere dagen voor kerstmis zijn weer achter de rug. Het is een moeilijke tijd voor mensen met autisme, dat is onder de kenners algemeen bekend. Maar voor mensen met (meerdere) angsten is deze fase in het jaar nog veel en veel moeilijker.

Met het vrolijk kerstfeest is verder helemaal niks mis. Het is voor mij zelfs de leukste periode van het jaar. De afsluiting van een (weer) bewogen jaar, zoals eigenlijk elk jaar, en de opening van een ander jaar. Het is voor mij dan wel verschrikkelijk spannend en een tijd met veel prikkels, maar het plezier wat ik heb compenseert dat weer. De verschrikkelijke dagen daarvoor zijn het ergst. Zeker als je een stoornis hebt waarbij je last hebt van angsten. Onverklaarbare angsten. Angsten waarvan je als leek zoiets hebt van: ‘Wat een rare angst!’ Geen angst voor spinnen, kevers, mieren, slangen, hoogtes. Nee, mijn angst is gericht op een persoon. Ik zal deze persoon even via zijn Wikipedia pagina omschrijven:

‘(Gary (Indiana), 29 augustus 1958 – Los Angeles (Californië), 25 juni 2009), bekend als The King of Pop, was een Amerikaans zanger, danser en componist. Hij geldt als een van de meest succesvolle artiesten van de twintigste eeuw. Hij onderscheidde zich door zijn herkenbare stem en zijn typische dansbewegingen. Hij stond al op zeer jeugdige leeftijd als lid van The Jackson 5 op het podium en startte als tiener een solocarrière. In het begin van de jaren tachtig was hij internationaal een van de grootste popsterren. Hij bereikte zijn grootste succes met het album Thriller, dat met 65 miljoen verkochte exemplaren geldt als het bestverkochte album aller tijden. Hij heeft wereldwijd tussen de 300 en 400 miljoen albums en singles verkocht.’

De angst verkleinen
Het is, je raadt het al: Michael Jackson. Wat een rare angst hè? Ik zal je mijn gekke angsten even opsommen: ‘Old and Wise’ (nummer van Alan Parsons Project), ‘Dokter Bernhard’ (het liedje van Bonnie St. Claire), ‘de Vlieger’ (het nummer van Andrè Hazes) en de ‘Bohemian Rhapsody’ van Queen. Gelukkig ben ik van al deze maffe angsten af. De meest hardnekkige is dus die voor Michael Jackson. We zijn (en met ‘we’ bedoel ik begeleidster J. en ik) al ongeveer een jaar bezig met het verkleinen van deze angst. Een proces dat nogal wat voeten in de aarde heeft. Een proces dat maanden, soms wel jaren, kan duren. Een proces waarbij veel structuur en duidelijkheid nodig is. In augustus zeiden J. en ik tegen elkaar dat het tijd was voor de laatste stap. Een stap die een groot gedeelte van de angst zal afsluiten. Mijn eerste idee was een presentatie, maar het werd een radioshow.

Tijdens het maken van deze onbeluisterde radioshow moest ik (hoe gek het ook klinkt) denken aan één van mijn favoriete series op Disney XD . De hoofdpersoon had angst voor het donker. Zijn grote broer gaf hem toen een raad die ik niet gauw zal vergeten. Hij zei: ‘Moed is niet hetzelfde als angst. Moed heb je als je je angsten kan overwinnen.’

‘I’m starting with the man in the mirror, I’m asking him to change his ways.’

Wat zie jij als jij in de spiegel kijkt? Afhankelijk van de dag waarop ik in de spiegel kijk, zie ik één van deze twee dingen: een krachtige, sterke jonge vrouw of dat angstige, onzekere, kleine meisje. De ene dag gaat alles goed en voel ik me goed, terwijl ik de andere dag gebukt ga onder de zware druk van het leven. Druk die me bang maakt, doemvragen die mij bezig houden en me onzeker maken.

Vanaf het begin speelde die angst al. Niemand had voorzien dat ik na een ongecompliceerde zwangerschap gehandicapt ter wereld zou komen. Mijn ouders wisten niet wat er zou gebeuren en hoe ik zou ontwikkelen. De vele ziekenhuisbezoeken en onderzoeken waren in het begin eng. Alles was nieuw, raar en onzeker, maar ook dat went. Momenteel vind ik die ziekenhuisbezoeken niet zo eng meer; ik laat alles maar over me heen komen. Naalden, onderzoeken? Kom maar op, ik ben er niet bang voor. Het zijn dingen die voor mij hoogstens een beetje gezonde spanning opleveren. Vlak voor mijn laatste operatie plaatste ik het volgende op Facebook: I’ll be back and eventually I’ll be stronger!

But I’m only human and I bleed when I fall down….
Toch zijn er ook veel dingen waar ik bang voor ben. Ik ben bang voor iedere verandering, iedere nieuwe stap in mijn leven. Ik ben van jongs af aan al continu bang dat ik niet goed genoeg ben. Dit laatste wordt voor mijn gevoel vaak bevestigd wanneer mij iets niet lukt. Met name op het gebied van school en studie, maar ook op het gebied van de liefde. Als ik iemand op een avond ontmoet, is het allemaal leuk en gezellig tot hij beseft dat ik een handicap heb. Ik had het gevoel dat ik faalde, dat ik weer niet goed genoeg was. Op dat moment wilde ik niet meer, ik was er klaar mee om steeds niet goed genoeg te zijn, dat ik gestopt ben met uitgaan. Dit is ook zo met school, steeds weer had ik dat gevoel. Dit werd zo erg dat ik zo onzeker werd dat ik niet meer door wilde gaan. Dat in combinatie met het plotselinge verlies van mijn moeder werd me allemaal even teveel.

Ik ben bang om keuzes te maken. Ik ben bang dat de keuze die ik maak, uiteindelijk weer de verkeerde keuze blijkt te zijn. Daardoor ben ik een ster in het uitstellen van die beslissingen. Ik wil vaak een keuze maken, waarbij niemand er slechter van wordt. Als ik dan kijk naar de beslissing die ik moet maken, vind ik het erg moeilijk. Als ik voor mezelf kies, dan moet ik deze droom laten varen, omdat het fysiek gewoon niet goed mogelijk is, maar als ik dan kijk naar de kinderen en hoe leuk zij het vinden als ik lesgeef, bekruipt mij een angstig gevoel. Wat is de juiste keuze? Het maken van een juiste keuze is ontzettend lastig, want het leven bestaat alleen uit keuzes en bij het maken van een keuze heeft die keuze een effect op jou, maar ook op een ander. Dit maakt dat ik bij het maken van moeilijke keuzes vaak aan het uitstellen ben.

“In any moment of decision, the best thing you can do is the right thing. The worst thing you can do is nothing.”
De toekomst is ook onzeker. Ik weet niet hoe alles gaat lopen en aan de ene maakt het mij ontzettend angstig. Vaak komen dan die doemvragen om de hoek kijken: wat als het straks weer slechter gaat? Wat als ik straks weer te veel pijn krijg? Wat als ik uiteindelijk toch de verkeerde keuze zal maken wat betreft mijn studie? Het zijn vragen waar ik de laatste tijd veel over nadenk, naast dat er veel slapeloze nachten zijn door het grote gemis.

“Dream as if you’ll live forever, live as if you’ll die today.”
Eén beslissing heb ik in ieder geval wel gemaakt. Ik heb ervoor gekozen om aan mezelf te gaan werken door middel van een soort equitherapie. Je werkt hierbij met paarden, maar aan jezelf. Als we teruggaan naar een bepaalde situatie, is dat soms heel eng en onprettig. Dan heb ik het gevoel dat ik weg wil, op dat moment spiegelt het paard jouw gevoelens en daardoor kun je precies zien welk effect dit op jou heeft. Een fantastische manier om meer over jezelf te weten te komen en aan jezelf te werken. Daarnaast ga ik mijn enorme verdriet omzetten in iets fantastisch. Ik ga 2 juni 2016 proberen om 3x de Alpe d’Huez te beklimmen tijdens de Alpe d’HuZes. Ter nagedachtenis aan mijn toppers die er niet meer zijn. Kijk hier voor meer info/doneren.

Momenteel ga ik door en zal ik de moeilijke keuze moeten maken met betrekking tot mijn studie. Dit zal gepaard gaan met verschillende angsten, maar ik weet zeker dat ik er uiteindelijk sterker van zal worden. Zoals altijd, wees sterk & onthoud opgeven is geen optie, er zal altijd weer iets moois op je pad komen!

“Dat komt later wel.” Woorden die je van luie mensen zou verwachten. Dingen uitstellen en proberen te vermijden. Het is een makkelijke oplossing voor het nu, maar uiteindelijk heb je er alleen maar last mee.

Toch is het voor mij een zin die ik veel vaker tegen mezelf zou moeten zeggen. “Dat komt later wel.” De toekomst is altijd wel een beetje onzeker en soms zelfs eng. Hoe zal het studeren verlopen? En werken? Krijg ik wel een baan en kan ik een huis kopen? Zit er voor mij, ondanks mijn beperking, wel een relatie in? Kan ik de dingen blijven doen die ik leuk vind? Ik denk dat iedereen zich in meer of mindere mate wel eens zulke vragen stelt, al ben ik iemand die zich er soms helemaal in vastbijt.

Niet hetzelfde
Doemdenken. Zo mag je het wel noemen. De angst dat het misschien niet zal gaan zoals het bij zo veel andere mensen wel gaat. Vergelijken, vergelijken, vergelijken. Bang zijn om niet hetzelfde te zijn, te kunnen en te bereiken.

Eén stap tegelijk
Maar dat komt later wel. Het is goed om door te willen gaan, om te groeien en te veranderen. Ik ben zelf iemand die vrij veel nadenkt over waar ik later wil zijn. Ik hoop een plaats in het leven te hebben die bij me past en waar ik gelukkig van word en het helpt om daar naartoe te werken. Het is echter de bedoeling om één stap tegelijk te zetten. Voordat ik een huis kan kopen, moet er geld zijn. Met het stellen van kleine doelen, kan je een groter doel verwezenlijken. Of ik over tien jaar nog gezond ben en kan functioneren zoals ik dat nu kan, kan ik nu nog niet weten. Dat komt later wel.

Niet piekeren
“Alles op zijn tijd.” Dat zegt mijn moeder vaak. In mijn jeugdige ongeduld nam ik dat niet serieus en zelfs nu vraag ik me af of dat niet de woorden zijn van een luiwammes, maar ik besef me ook dat het waar is. Vandaag is vandaag. De dag gaat niet sneller, er zijn niet meer uren. Die tijd nemen om te piekeren over later, is verspilling en geen manier om te komen tot waar ik wil zijn.

Ik zet kleine stappen naar een hoger doel. “Alles op zijn tijd.” Wat komen moet, komt toch en waarom zou ik me er dan al eerder druk over maken?