dat zie ik later wel – Stichting Hoezo Anders

0

Op de basisschool was ik erg onzeker. Ik durfde bijna niet te praten in de klas. Dit veranderde pas in groep 7. Ook op de middelbare school was ik bang voor wat anderen van mij dachten. Ik vond mezelf niet goed genoeg toen ik van Havo/VWO naar de Havo ging. Mijn vrienden en vriendinnen gingen wel naar het VWO, waarom kon ik dat dan niet?

Therapie
Na mijn diagnose jeugdreuma is er een hoop veranderd. Ik heb verschillende therapieën gevolgd om te dealen met wat ik heb en om te dealen met wat anderen van mij vinden en denken. Ondertussen ben ik vijf keer bij psychologen geweest, omdat het me maar niet lukte om het positieve gevoel vast te houden.

De laatste keer toen ik bij de psycholoog in behandeling was, heb ik een therapie gevolgd voor traumaverwerking. Ik wilde mijn medicijnen niet meer spuiten, omdat ik daarvan ontzettend misselijk werd. Het gebeurde weleens dat ik moest overgeven en dat is niet het meest prettige wat ik kan bedenken. Hierdoor werd ik bang om over te geven. Ik durfde niet meer te reizen met het openbaar vervoer, omdat ik bang was dat het tijdens het reizen zou gebeuren en ik niet weg zou kunnen lopen om het ergens te doen waar niet zo veel mensen waren. Mijn angst uit zich in misselijkheid, waardoor ik door de angst om over te geven, nóg misselijker werd. Het werd zo erg, dat ik niet meer bij mijn vrienden in de woonkamer kon zitten, zonder dat ik niet lekker werd. Zo ben ik in een cirkel terecht gekomen, waar ik zelf niet meer uitkwam.

Het was niet alleen de angst om over te geven waar andere mensen bij waren, ook wat anderen van mij dachten. Ik durfde geen collegezaal in te stappen wanneer ik te laat op school was aangekomen, omdat ik niet wilde dat iedereen naar me zou staren en zou denken dat mijn haar lelijk zat of dat mijn kleding niet bij elkaar past. Stel je nou voor dat er een vlek op mijn shirt zat?

De toekomst met reuma
Met reuma durf ik niet verder vooruit te kijken dan morgen. Hooguit drie weken wanneer het gaat om tentamenweken en opdrachten die ik moet inleveren. Ik kan niks zeggen over hoe het later zal gaan. Er is geen vaststaand beeld over hoe mijn reuma zich ontwikkelt. Het kan zijn dat het onder controle wordt gehouden met medicatie, maar het kan ook zijn dat dat nooit gaat gebeuren. Ik weet daarom niet of ik ooit nog kan korfballen, wat mij erg verdrietig maakt. Ik weet ook niet of ik later een baan zal vinden, omdat werkgevers misschien mij helemaal niet willen hebben omdat ze vinden dat ik te beperkt ben. Misschien kan ook helemaal niet werken. Misschien maak ik mijn studie niet eens af.

Wie maakt zich eigenlijk niet druk over werk vinden na het afstuderen? Op de hogeschool hebben we het vaak over de bezuinigingen op de gezondheidszorg en vooral over de bezuinigingen in de logopedie. Misschien vind ik geen werk als logopedist, maar de kans is net zo groot dat mijn studiegenoten ook geen werk zullen krijgen.

Later is nog niet belangrijk
Ik ben niet bang. Ik heb me nooit druk gemaakt over later. Later merk ik wel of ik een baan krijg of niet. Nu gaat het erom dat ik mijn best doe en dat ik doe wat ik leuk vind. Als ik in alle zorgen zou blijven hangen, zal ik nooit gelukkig zijn. Later is er nog genoeg tijd om ongelukkig te zijn, als het blijkt dat het allemaal niet lukt. Het gaat om nu en wat ik nu doe om later zo zeker mogelijk te kunnen zijn van mijn toekomst.

Heb ik wel last van angst, dan gebruik ik dat. Hoe kan je je angst overwinnen als je geen angst hebt?