onzekerheid op de arbeidsmarkt – Stichting Hoezo Anders

0

Toen ik nog klein was, had ik duizend dromen over wat ik wilde worden en nul zorgen over of dat allemaal wel kon. Ik wilde prikzuster worden omdat ik zelf zo vaak geprikt moest worden, kinderverpleegkundige omdat ik zelf zoveel zusters kende, kinderboekenschrijfster omdat ik, nou ja, zo van schrijven hield (duh), kunstenares omdat ik het leuk vond om schilderijen te maken en doosjes van de Xenos te versieren met pailletten. Later werd het allemaal wat concreter: ik wilde journalist worden, taalwetenschapper, zelfs actrice of model leek me leuk omdat je dan zo lekker in de huid van een personage zou kunnen kruipen en vanwege de glamour. Inmiddels is het dat allemaal niet geworden, hoewel een baan in de journalistiek me nog steeds erg leuk lijkt. Maar inmiddels heb ik een andere droom en ik ben druk bezig die na te jagen: docent Nederlands in het voortgezet speciaal onderwijs (vso).

Werken is geen vanzelfsprekendheid als je chronisch ziek en ook nog eens lichamelijk gehandicapt bent. Mijn oudere zus was nauwelijks vijftien toen ze begon met haar krantenwijk en daarna heeft ze zo ongeveer overal gewerkt, van McDonald’s tot Miss Etam. Voor mij heeft een baantje achter de kassa nooit tot de mogelijkheden behoord en stiekem vind ik dat best jammer, want daardoor heeft het lang geduurd voor ik mijn eigen geld kon gaan verdienen en ook voor ik echt inzicht kreeg in de omgang met geld. Pas rond mijn zestiende kreeg ik ook baantjes bij websites: stukjes schrijven, iets wat me op het lijf was geschreven omdat ik het goed kon, leuk vond én het op mijn eigen tijden vanuit huis kon doen. Maar werk buitenshuis heb ik nog nooit gehad.

Aardig wat bagage
Ik hoop dat daar binnen een jaar of vijf verandering in komt: dan ben ik hopelijk afgestudeerd en heb ik misschien ook wel een masterdiploma en kan ik mijn capaciteiten als docent gaan bewijzen. De keuze voor een carrière in het vso heb ik bewust gemaakt: niet alleen omdat ik op die manier jongeren die in hetzelfde schuitje zitten kan inspireren, maar ook omdat ik in zo’n omgeving zelf beter opgevangen word. Daar zal namelijk meer begrip worden getoond voor het feit dat ik ziek ben en niet de volledige werklast aan kan, voor het feit dat ik begeleiding nodig heb om te peilen of het allemaal goed gaat omdat ik geneigd ben snel teveel van mezelf te vergen. Ik heb aardig wat bagage: een chronische ziekte, niet kunnen lopen en moeite met zien en horen: dat zijn aardig wat dingen om rekening mee te houden en niet elke werkgever zal daar begripvol in zijn.

Kwaliteiten opwegen tegen beperkingen
Werk is voor mij op dit moment nog een sprookje, omdat ik geen echte werkervaring heb buiten mijn internetbaantjes en omdat ik het lastig vind me er echt iets bij voor te stellen. Ik weet dat het waarschijnlijk niet makkelijk zal zijn en dat de arbeidsmarkt best een onzeker iets voor mij is. Ten eerste omdat ik behoorlijk wat te bewijzen heb, al maak ik me daar niet heel veel zorgen om omdat ik wéét dat een vso-school veel aan mij kan hebben. Over vijf jaar mag ik toch wel verwachten dat ik een goede docent ben, mijn passies voor alles rondom de Nederlandse taal zullen hopelijk aanstekelijk werken én ik kan een inspiratie zijn voor die jongeren, ze echt helpen iets te bereiken en misschien wel bijdragen aan hun emancipatie. Maar dat moet wel kunnen opwegen tegen de beperkingen, en dat moeten werkgevers willen zien.

Mijn droom
Toch is dat niet het enige. Belangrijker is de onzekerheid omtrent het kunnen werken. Daarom is het werk ook een soort sprookje voor mij: ik heb echt geen idee hoe ik er over vijf jaar aan toe ben. Het is goed mogelijk dat het dan supergoed gaat met mijn gezondheid, maar het is net zo goed mogelijk dat het juist (veel) slechter gaat dan nu. Op dit moment kan ik echt niet langer dan een halve dag lesgeven, maar dat komt ook doordat ik het nog moet combineren met het gewone studeren. Straks heb ik naast het lesgeven ook nog andere taken als docent: vergaderingen, misschien wel een mentoraat, teambijdrages enzovoorts. Ik hoop dat het me lukt om dan parttime te werken, bijvoorbeeld drie keer per week een halve dag of twee keer per week een hele dag. Maar het is ook mogelijk dat het tegen die tijd zo slecht gaat dat ik helemaal niet kan werken, of dat ik het gewoon niet blijk aan te kunnen als ik eenmaal bezig ben. Dat is best wel een enge gedachte: het is mijn droom, maar die komt misschien niet uit.

Een combinatie
Toch ga ik daar niet vanuit. Op dit moment heb ik geen reden om aan te nemen dat het over vijf jaar zoveel slechter met me zal gaan, dus ik ga ervan uit dat het over vijf jaar nog goed gaat, goed genoeg om parttime te werken. En zo niet, dan verzin ik gewoon iets anders: dan gebruik ik mijn kennis en ervaring om vlijmscherpe artikelen te schrijven over het onderwijs waarmee ik óók het wereldje kan veranderen. Maar wat ik het liefste wil? Een combinatie van die twee: parttime lesgeven en de rest van de tijd werken aan romans en een (online?) onderwijs- en lifestylemagazine.