Marlou van Rhijn Archives | Stichting hoezoanders

0

Marlou van Rhijn staat sinds de Paralympics in Londen beter bekend als de ‘Bladebabe’, ze is 22 jaar, voormalig zwemster, studente commerciële economie, maar bovenal wereldrecordhoudster op de 100, 200 en 400 m sprint.

In interviews en op tv kom je heel zeker en positief over, ben je altijd zo vol zelfvertrouwen geweest?
“Ja! Dit komt door mijn moeder, zij heeft ons zo opgevoed. Ik ben snel positief en ben bijna nooit onzeker geweest over mezelf. Ik probeer daar gewoon niet veel aandacht aan te besteden. In mijn ogen hoef je jezelf ook echt niet te schamen voor een beperking. Dat is echt nergens voor nodig! Ik heb een broertje van elf en hij vindt het juist hartstikke cool dat ik anders ben. Iedereen is anders en dat is juist bijzonder. Je moet juist niet onzeker zijn over je handicap. Het is iets waar je niet eens wat aan kan doen!”

Is sport belangrijk als je een beperking hebt? Op welke manier (kan het je helpen)? Het kan je namelijk ook confronteren met je lijf?
“Angst is een slechte raadgever. Sporten is allereerst gezond voor je. Zelfs als je een motorische handicap hebt kan het goed voor je zijn om op die manier een soepeler lijf te krijgen en wat meer conditie. Sporten kan ook heel veel betekenen voor je sociale leven. Bij een vereniging kan je je plekje vinden en in een teamsport sta je er niet alleen voor. Zo kan het je ook nog eens vriendschappen opleveren. Het is fijn om een talent te hebben, iets waar je goed in bent. Dat helpt met je zelfvertrouwen. Dit kan je vinden in de sport, maar ook in andere hobby’s.”

Hoe ga je om met altijd weer dezelfde vragen over je protheses, blades en starende blikken?
“Voor mij is het wennen dat mijn protheses ‘anders’ zijn. Ik ben zo geboren, mijn onderbenen waren vergroeid en uiteindelijk zijn ze geamputeerd. Mijn protheses zijn mijn benen, dat is nooit anders geweest. Voor andere mensen is het iets interessants. Mensen vragen vaak wat er aan de hand is en ik vind het aan jou of je wel of niet iets vertelt. Nu is het natuurlijk een onderdeel van mijn sport, daarom moet ik er wel over praten. Ik hoop dat heel veel kinderen straks niets meer hoeven uit te leggen, omdat ik nu al een heleboel vragen beantwoord. Ik zie het niet als iets negatiefs dat mensen nieuwsgierig zijn, maar weet gewoon dat je niets hoeft.”

Tot je achttiende zwom je fanatiek en je stopte omdat je rustiger wilde leven. Wat voor toekomst zag je toen voor jezelf?
“Vanaf jonge leeftijd zat ik al in de selectie en trainde ik iedere dag. Mijn droom was toen al om naar de Paralympics te gaan met zwemmen. Iedere dag trainen vond ik hartstikke leuk, maar ik was op een gegeven moment na al die jaren ook wel benieuwd hoe mijn leven zou zijn zonder al dat trainen. Ik wilde meer genieten. Ik had geen duidelijk plaatje in mijn hoofd. Ik wilde gewoon genieten.”

Die pauze duurde een jaar. Je werd gebeld door je huidige coach en hij vertelde dat je de ideale handicap hebt voor atletiek.’ In jouw geval is jouw ‘beperking’ een voordeel, een talent. Wat vind je ervan dat iemand op deze manier kijkt naar wat je wel kunt?
“Ik vond het een beetje raar dat hij het op die manier bracht. Ik ben atletiek gaan proberen omdat ik op het moment van zijn telefoontje weer wilde gaan sporten. Niet omdat het de beste sport is voor mijn handicap. Juist niet. Ik vind het belangrijk dat je de sport gaat doen die je leuk vindt, niet omdat het het beste bij je past. Ik vond het in het begin best ingewikkeld, noem het een soort identiteitscrisis. Ben ik nu opeens atleet? Mijn eerste trainingen waren hartstikke leuk, het leek op gym net als op de middelbare school. Rondjes lopen. Al snel ging ik trainen met de blades en kreeg ik de smaak weer helemaal te pakken. Ik wilde naar de Paralympics in Londen. De tijd die ik had om te trainen was echt kort, het was alles of niets. Ik heb keihard getraind en ik heb mazzel gehad met mijn zwemachtergrond. Ik stapte ook in een super professioneel team, het enige wat ik nog moest doen was alles geven in de trainingen. De kwalificatie voor de Paralympics was iets bizars, ik rende zo’n goede tijd dat het vrijwel zeker was dat ik mee mocht doen. Toen besefte ik pas eigenlijk hoe bijzonder het allemaal was.”

Je zegt dat het jou niet om de handicap gaat, maar om de sport. Toch blijft het onlosmakelijk aan elkaar verbonden en zien veel mensen je als een voorbeeld. Wat vind je daarvan?
“Mijn handicap is niet de reden dat ik ben gaan hardlopen. Kijk altijd vanuit jezelf, wat je wel of niet wil en kan. Je moet een soort van ‘schijt hebben’ aan een ander. Natuurlijk zijn de Paralympics misschien niet haalbaar voor iedereen, maar als je in jezelf gelooft kom je een heel eind. Het feit dat mensen mij als een voorbeeld zien vind ik heel erg gek. In mijn ogen ‘sport ik gewoon’. Ik loop van start naar finish. Ik heb er nooit bij stilgestaan dat er nog meer bij komt kijken. Ik ben in mijn leven ook nooit anders behandeld door mijn beperking. Pas toen ik begon te winnen kreeg ik verhalen te horen van anderen die dit wel hebben meegemaakt. Door mijn sport kan ik laten zien wat er allemaal mogelijk is. Ik hoop hiermee kinderen en hun ouders te inspireren, dat er nog een heleboel mogelijk is als je een kindje krijgt met een beperking zoals bijvoorbeeld de mijne.”

Je hebt een gouden medaille en zilver gewonnen op de Paralympics en deze zomer heb je ook alles gewonnen, hoe voelt dat? Waar droom je nog van in de sport?
“Het klopt dat ik alle mogelijke titels heb, op dat gebied valt er niet meer te behalen. Mijn wens is dit niveau zo lang mogelijk te mogen vasthouden. Daar train ik hard voor. Ik train tien keer per week, vijf dagen lang en twee keer op een dag. Als topsporter zit je continu tegen je grens en je gaat er ook overheen. Ik vind op dit niveau sporten hartstikke leuk, ik houd van die uitdaging en er staat ook een heleboel tegenover. Eigenlijk ervaar ik geen beperkingen van mijn beperking. Ik doe precies wat ik wil en dat gaat me goed af. Ik zie ook eigenlijk geen beperkingen.”

Credits: Helene Wiesenhaan Photography

Je studeert commerciële economie, wat zou je met je studie willen doen?
“Op dit moment zit ik in mijn laatste jaar, ook alweer een tijdje, maar toch. Ik doe een aangepaste studie aan de Johan Cruijff academie. Dat is fijn want je kunt je studie aanpassen aan je sport. Bij mij is het meer andersom. Mijn studie is echt ondergeschikt aan mijn sport de laatste tijd. Wat ik er mee wil doen, geen idee. Ik vind het wel een fijne studie omdat het zo breed is. Ik focus me nu vooral op mijn sport. Maar een papiertje vind ik wel erg belangrijk.”

Wat adviseer je andere jongeren die graag willen sporten, maar misschien niet zo goed durven omdat ze hun grenzen nog niet kennen of zich schamen voor hun lichaam?
“Thuis zitten heeft geen zin, ga gewoon kijken bij een sportvereniging. Bedenk wat je leuk lijkt en doe een keer mee. Probeer het eerst voordat je denkt dat je het niet kan!”