sporten Archives | Stichting hoezoanders

0

Marlou van Rhijn staat sinds de Paralympics in Londen beter bekend als de ‘Bladebabe’, ze is 22 jaar, voormalig zwemster, studente commerciële economie, maar bovenal wereldrecordhoudster op de 100, 200 en 400 m sprint.

In interviews en op tv kom je heel zeker en positief over, ben je altijd zo vol zelfvertrouwen geweest?
“Ja! Dit komt door mijn moeder, zij heeft ons zo opgevoed. Ik ben snel positief en ben bijna nooit onzeker geweest over mezelf. Ik probeer daar gewoon niet veel aandacht aan te besteden. In mijn ogen hoef je jezelf ook echt niet te schamen voor een beperking. Dat is echt nergens voor nodig! Ik heb een broertje van elf en hij vindt het juist hartstikke cool dat ik anders ben. Iedereen is anders en dat is juist bijzonder. Je moet juist niet onzeker zijn over je handicap. Het is iets waar je niet eens wat aan kan doen!”

Is sport belangrijk als je een beperking hebt? Op welke manier (kan het je helpen)? Het kan je namelijk ook confronteren met je lijf?
“Angst is een slechte raadgever. Sporten is allereerst gezond voor je. Zelfs als je een motorische handicap hebt kan het goed voor je zijn om op die manier een soepeler lijf te krijgen en wat meer conditie. Sporten kan ook heel veel betekenen voor je sociale leven. Bij een vereniging kan je je plekje vinden en in een teamsport sta je er niet alleen voor. Zo kan het je ook nog eens vriendschappen opleveren. Het is fijn om een talent te hebben, iets waar je goed in bent. Dat helpt met je zelfvertrouwen. Dit kan je vinden in de sport, maar ook in andere hobby’s.”

Hoe ga je om met altijd weer dezelfde vragen over je protheses, blades en starende blikken?
“Voor mij is het wennen dat mijn protheses ‘anders’ zijn. Ik ben zo geboren, mijn onderbenen waren vergroeid en uiteindelijk zijn ze geamputeerd. Mijn protheses zijn mijn benen, dat is nooit anders geweest. Voor andere mensen is het iets interessants. Mensen vragen vaak wat er aan de hand is en ik vind het aan jou of je wel of niet iets vertelt. Nu is het natuurlijk een onderdeel van mijn sport, daarom moet ik er wel over praten. Ik hoop dat heel veel kinderen straks niets meer hoeven uit te leggen, omdat ik nu al een heleboel vragen beantwoord. Ik zie het niet als iets negatiefs dat mensen nieuwsgierig zijn, maar weet gewoon dat je niets hoeft.”

Tot je achttiende zwom je fanatiek en je stopte omdat je rustiger wilde leven. Wat voor toekomst zag je toen voor jezelf?
“Vanaf jonge leeftijd zat ik al in de selectie en trainde ik iedere dag. Mijn droom was toen al om naar de Paralympics te gaan met zwemmen. Iedere dag trainen vond ik hartstikke leuk, maar ik was op een gegeven moment na al die jaren ook wel benieuwd hoe mijn leven zou zijn zonder al dat trainen. Ik wilde meer genieten. Ik had geen duidelijk plaatje in mijn hoofd. Ik wilde gewoon genieten.”

Die pauze duurde een jaar. Je werd gebeld door je huidige coach en hij vertelde dat je de ideale handicap hebt voor atletiek.’ In jouw geval is jouw ‘beperking’ een voordeel, een talent. Wat vind je ervan dat iemand op deze manier kijkt naar wat je wel kunt?
“Ik vond het een beetje raar dat hij het op die manier bracht. Ik ben atletiek gaan proberen omdat ik op het moment van zijn telefoontje weer wilde gaan sporten. Niet omdat het de beste sport is voor mijn handicap. Juist niet. Ik vind het belangrijk dat je de sport gaat doen die je leuk vindt, niet omdat het het beste bij je past. Ik vond het in het begin best ingewikkeld, noem het een soort identiteitscrisis. Ben ik nu opeens atleet? Mijn eerste trainingen waren hartstikke leuk, het leek op gym net als op de middelbare school. Rondjes lopen. Al snel ging ik trainen met de blades en kreeg ik de smaak weer helemaal te pakken. Ik wilde naar de Paralympics in Londen. De tijd die ik had om te trainen was echt kort, het was alles of niets. Ik heb keihard getraind en ik heb mazzel gehad met mijn zwemachtergrond. Ik stapte ook in een super professioneel team, het enige wat ik nog moest doen was alles geven in de trainingen. De kwalificatie voor de Paralympics was iets bizars, ik rende zo’n goede tijd dat het vrijwel zeker was dat ik mee mocht doen. Toen besefte ik pas eigenlijk hoe bijzonder het allemaal was.”

Je zegt dat het jou niet om de handicap gaat, maar om de sport. Toch blijft het onlosmakelijk aan elkaar verbonden en zien veel mensen je als een voorbeeld. Wat vind je daarvan?
“Mijn handicap is niet de reden dat ik ben gaan hardlopen. Kijk altijd vanuit jezelf, wat je wel of niet wil en kan. Je moet een soort van ‘schijt hebben’ aan een ander. Natuurlijk zijn de Paralympics misschien niet haalbaar voor iedereen, maar als je in jezelf gelooft kom je een heel eind. Het feit dat mensen mij als een voorbeeld zien vind ik heel erg gek. In mijn ogen ‘sport ik gewoon’. Ik loop van start naar finish. Ik heb er nooit bij stilgestaan dat er nog meer bij komt kijken. Ik ben in mijn leven ook nooit anders behandeld door mijn beperking. Pas toen ik begon te winnen kreeg ik verhalen te horen van anderen die dit wel hebben meegemaakt. Door mijn sport kan ik laten zien wat er allemaal mogelijk is. Ik hoop hiermee kinderen en hun ouders te inspireren, dat er nog een heleboel mogelijk is als je een kindje krijgt met een beperking zoals bijvoorbeeld de mijne.”

Je hebt een gouden medaille en zilver gewonnen op de Paralympics en deze zomer heb je ook alles gewonnen, hoe voelt dat? Waar droom je nog van in de sport?
“Het klopt dat ik alle mogelijke titels heb, op dat gebied valt er niet meer te behalen. Mijn wens is dit niveau zo lang mogelijk te mogen vasthouden. Daar train ik hard voor. Ik train tien keer per week, vijf dagen lang en twee keer op een dag. Als topsporter zit je continu tegen je grens en je gaat er ook overheen. Ik vind op dit niveau sporten hartstikke leuk, ik houd van die uitdaging en er staat ook een heleboel tegenover. Eigenlijk ervaar ik geen beperkingen van mijn beperking. Ik doe precies wat ik wil en dat gaat me goed af. Ik zie ook eigenlijk geen beperkingen.”

Credits: Helene Wiesenhaan Photography

Je studeert commerciële economie, wat zou je met je studie willen doen?
“Op dit moment zit ik in mijn laatste jaar, ook alweer een tijdje, maar toch. Ik doe een aangepaste studie aan de Johan Cruijff academie. Dat is fijn want je kunt je studie aanpassen aan je sport. Bij mij is het meer andersom. Mijn studie is echt ondergeschikt aan mijn sport de laatste tijd. Wat ik er mee wil doen, geen idee. Ik vind het wel een fijne studie omdat het zo breed is. Ik focus me nu vooral op mijn sport. Maar een papiertje vind ik wel erg belangrijk.”

Wat adviseer je andere jongeren die graag willen sporten, maar misschien niet zo goed durven omdat ze hun grenzen nog niet kennen of zich schamen voor hun lichaam?
“Thuis zitten heeft geen zin, ga gewoon kijken bij een sportvereniging. Bedenk wat je leuk lijkt en doe een keer mee. Probeer het eerst voordat je denkt dat je het niet kan!”

Begin dit jaar heb ik me aangemeld voor de sportschool. Ik wilde graag wat meer bewegen en wat kilo’s kwijt. In het begin kostte het me veel moeite, maar langzamerhand ging het beter. Sporten kost energie, maar gaf me ook energie. Als ik gespannen was ging ik naar de sportschool en sportte ik mijn hoofd lekker leeg.

Met de auto naar de sportschool
In die tijd was mijn vriend ook werkloos thuis. Hij kon me dus mooi 2 keer in de week naar de sportschool brengen met de auto. De sportschool was eigenlijk best dichtbij, maar de band van mijn fiets is al tijden lek. Mijn vriend heeft nooit zin om tijd te maken voor die band. Ik houd niet zo van fietsen dus het heeft ook geen haast. Maar soms is een fiets net wat handiger, als je bijvoorbeeld zelf naar de sportschool wilt.

Structuur en ritme
Enfin ik ben een aantal maanden trouw naar de sportschool gegaan maar sinds ik in september weer naar school ga heb ik er eigenlijk geen tijd meer voor. Toch ben ik de afgelopen maand een paar kilo’s kwijtgeraakt. Dit komt omdat ik op mijn werk nogal veel beweeg. Ik merk ook dat structuur en ritme goed voor me is. Ik eet op vaste tijden en snoep minder. Ik werk in de zorg en ik loop best veel. Naast mijn werk loop ik iedere dag een paar keer met de hond. Mijn vriend en ik gaan na het werk naar het bos met de hond. Dat is ontspannend en de hond kan haar energie kwijt.

Niet meer nodig!
Ik vind dus dat ik op mijn manier best veel beweeg. Binnenkort zeg ik mijn sportabonnement maar op want ik heb er geen tijd meer voor. Ik heb het nu ook niet meer nodig!

Dit is de laatste blog van Anne. Zoals jullie weten is Anne sinds september weer student. Ze gaat naar school en loop stage en dat is eigenlijk al druk genoeg. Wij willen Anne bedanken voor haar mooie blogs en wensen haar veel succes met haar studie! Anne laat zien dat je ten alle tijden je dromen achterna kunt gaan! Wil je op de hoogte blijven van de avonturen van Anne? Volg haar dan op haar blog eenandereroute.blogspot.nl

Ik ben nooit super sportief geweest. Wel heb ik een aantal sporten versleten. De laatste sport die ik gedaan heb was volleybal. Ik vond het heerlijk en ik kon er echt mijn energie in kwijt. Toch stopte ik uiteindelijk omdat ik ruim één jaar vrijwel elke training aan de kant had gezeten. Eerst een zwaar gekneusde duim, toen een gescheurde kuitspier en later was er weer iets met mijn voet. Na elke blessure deed ik een paar trainingen mee en toen kreeg ik weer het volgende. Ik besloot een pauze in te lassen om mijn lichaam even goed te laten herstellen.

Pijnklachten
Die pauze werd niet de pauze zoals ik het gepland had. Halverwege mijn pauzejaar kreeg ik de pijnklachten die ik nu nog steeds dagelijks heb. Ik startte met fysiotherapie in een fitnesscentrum. Ondanks dat ik een fysiotherapeut naast me had staan, ik soms behoorlijk hard moest bikkelen en ik alles op een lager niveau deed dan de rest van de sportschool voelde ik me daar voor het eerst sinds maanden niet anders. Ik had het daar erg naar mijn zin. Mijn conditie werd steeds een beetje beter en ik kon meer met dezelfde hoeveelheid pijnklachten als daarvoor. Het gaf een kick als ik weer een stapje verder kon. Ik was trots op mezelf en ik kreeg eindelijk weer een beetje vertrouwen in mijn lichaam.

Sportabonnement
Na een mislukt revalidatietraject waarbij mijn conditie en mijn hoeveelheid kunnen weer achteruit was gegaan, besloot ik om terug te gaan naar mijn oude fysiotherapeut om alles weer opnieuw op te bouwen. Mijn teleurstelling was groot toen er geen vooruitgang in kwam, en na een flinke terugval was het eigenlijk gedaan. Toch wou ik het niet laten zitten. Toen mijn fysiotherapie na een paar maanden niet meer vergoedt werd, besloten we om een sportabonnement af te sluiten. Zo ging ik in mijn eentje nog een tijdje door, maar het bleef steeds slechter met me gaan. Het abonnement loopt nu nog steeds, maar ik ben er al een paar maanden niet meer te vinden.

De wens is er
Als het iets beter met me gaat zou ik graag weer willen beginnen om te kijken of ik het toch weer op kan bouwen. Het liefst zou ik nog een keertje willen volleyballen, al is het maar voor een paar keer. Ik heb nog een lange weg te gaan om überhaupt weer op het been te komen, maar ik hoop dat het toch nog ergens in mijn leven haalbaar wordt.

Meer lezen van Marleen? Neem ook eens een kijkje op haar blog: www.marleenlife.blogspot.nl

Zaterdag 5 oktober vond er op sportcentrum Papendal in Arnhem de vijfde editie van de Paralympische talentdag plaats. Deze dag werd georganiseerd door NOC*NSF en verschillende sportbonden. Redactielid Merlin was erbij en doet verslag. 

Op de dag zelf kunnen jongeren en volwassenen met een beperking laten zien in welke sport zij erg goed zijn en ook kunnen ze zich inschrijven voor sporten die hen aanspreken. Op die manier kunnen jongeren en volwassenen er achter komen waar hun talenten liggen of waar zij het meeste plezier aan beleven.

De dag begon vroeg
De zaterdag begon vroeg, om 9 uur in de ochtend stroomden de meeste gasten al binnen. Het publiek was erg gevarieerd, zo waren er mensen in rolstoelen, met protheses, blinde mensen met honden, mensen zonder arm of vingers en van jong tot oud. Zij werden allemaal om half 10 toegesproken door André Cats. Sinds 2008 is André Chef de Mission Paralympische Spelen. Dit houdt in dat hij de leiding heeft over het Nederlandse team dat mee doet aan de Paralympische Spelen. Iedereen in de zaal zat met enthousiasme te luisteren terwijl zij gemotiveerd werden door de speach en het filmpje van André.

Verschillende sporten
Na de speach was het tijd voor de talenten om te laten zien wat zij in zich hadden door de verschillende sporten te beoefenen. Zo was er zitvolleybal, zwemmen, wielrennen, boccia, zitbasketbal, tafeltennis, schieten en atletiek. Genoeg keuze dus. Talenten die uitblonken hadden zelfs de kans om gescout te worden voor de Paralympische Spelen, maar dat was niet de opzet van de dag. De dag is vooral bedoeld voor de sporters om te zien bij welke sport zij zich prettig voelen.

Wat past het beste
Tijdens het uitoefenen van de sport werden de talenten in de gaten gehouden door mensen van Papendal en kregen zij cijfers die varieerden van 1 tot 4. Kreeg je een 1, dan is de sport niet echt voor jou weggelegd. Dit kan bijvoorbeeld komen doordat je lichaamsverhoudingen te klein zijn voor het besturen van een wheeler. Wheelen is eigenlijk het zelfde als een sprintje trekken, maar dan met de rolstoel. Krijg je hier een 4 voor, dan is bijvoorbeeld wheelen echt jou ding en ben je er ook echt heel goed in. Door het gebruik van de puntentelling kun je een beetje uitvinden wat de coaches het best bij jou vinden passen. Misschien vind je zitvolleybal wel heel erg leuk, maar past zit basketbal wel veel beter bij je.

Yuan vindt alles leuk
Zo was er de tienjarige Yuan. Hij leek een hele normale jongen zonder beperking, maar hij bleek een volledige beenprothese te hebben en leefde zonder heup! Met het wheelen was hij heel erg snel en gedreven, maar toch kreeg hij een 3. Dit was omdat hij nog zo jong was. De coach zei wel dat hij, als hij het wheelen echt heel cool vindt, zo snel mogelijk moet gaan beginnen, want hoe jonger je begint, hoe beter je wordt! Yuan’s reactie daarop: ‘Dit is cool, maar ik vind eigenlijk alles leuk!’ De jongen talenten lieten tijdens het wheelen echt zien wat zij in huis hadden en deden verschillende wedstrijdjes met de professionele wheelers!

Hoge opkomst
Vervolgens kon iedereen om 12 uur genieten van een heerlijke lunch. Het was ook prachtig weer in Arnhem, waardoor veel mensen buiten konden zitten en iedereen lekker met elkaar kon kletsen. Vervolgens was het weer tijd om de volgende sportrondes te starten. De opkomst van de talentendag was erg hoog dit jaar. De hoogste ooit! Er waren maar liefst 90 aanmeldingen van jongeren en volwassenen om sporten te beoefenen. Het was soms wat onduidelijk waar je naar toe moest en welke sporthal zich waar bevond. Voor jongeren met een beperking, die alleen gekomen waren, was dit niet heel praktisch. Gelukkig waren er veel mensen ingezet die iedereen van informatie kon voorzien.

Fanatieke Niels
Tijdens de ronde van het zitvolleybal deed de jonge Niels mee. Hij mist allebei zijn benen, maar was razendsnel! Hij deed al kruipend mee aan het spel en was super fanatiek. Alle oudere volleybalspelers keken met verwondering naar hem. Je kon goed zien dat Niels heel graag wil sporten en als hij doorzet er ook echt wel komt, want zo snel hadden we nog niemand gezien deze dag!

Verbeteringen voor de sportwereld
Al met al deden veel jongeren en volwassenen al aan sport, maar toch hoorde je vaak dat er voor de echt jonge kinderen geen gehandicapten sporten zijn. Dit was vooral de onvrede van de ouders van de kinderen. De vader van Pepijn vertelt: ‘Pepijn heeft een beenprothese en is ontzettend gek op roeien, maar moet met de reguliere jeugd mee doen omdat hier geen aparte tak voor opgezet is.’ Dat is dus een puntje waar de Nederlandse Sportvereniging nog aan moet werken. Want ook jongeren met een beperking willen graag kunnen sporten, maar kunnen hiervoor vaak niet terecht bij de lokale sportvereniging.

Aan het eind van de middag waren veel mensen wel vermoeid door het sporten, maar klonken er erg veel positieve geluiden. Het was een goede dag, waarin nieuwe interesses gewekt zijn en nieuwe contacten gelegd werden. Op naar volgend jaar!

Vier jaar geleden begon ik eigenlijk pas met fietsen. Daarvoor deed ik aan atletiek, hardlopen. Hoe harder ik trainde hoe meer ik achteruit ging in mijn tijden. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. Ook had ik vaak last van blessures.

Kilometers maken
Toen kwam het idee om te gaan wielrennen. Geen idee of ik hier goed in zou kunnen zijn. Je moet eerst vooral veel kilometers maken. Al snel deed ik mee met wedstrijden. Mijn eerste tijdrit van 6 kilometer won ik. Toen wist ik dat ik het echt wilde. We pakten het snel professioneel aan. Er werden trainingsschema’s voor me gemaakt. Mijn vader ging me begeleiden.

Iedere dag trainen
Het leukste van wielrennen vind ik de vrijheid die je voelt wanneer je op je fiets zit. Je maakt ontzettend veel kilometers, die kun je niet maken met hardlopen. Sporten vind ik sowieso fijn. Eigenlijk heb ik altijd wel zin om te trainen. Dit moet ik ook elke dag doen. Natuurlijk heb ik wat minder zin wanneer ik grieperig ben. Het liefst train ik alleen, dan kan ik me goed aan mijn schema’s houden. Met anderen ga je toch weer de strijd aan. Ik probeer iedere dag twee uur te trainen, maar in het weekend maak ik de meeste kilometers. Gemiddeld 150 km per dag.

Werken in de buitenlucht
Naast het sporten werk ik als hovenier. Lekker in de buitenlucht werken. Dat vind ik heerlijk. Ik doe het graag. Ik wilde altijd al iets doen in de groenvoorziening. Daar heb ik ook voor geleerd. Tijdens mijn eerste stage bij dierentuin Blijdorp in de groenvoorziening wist ik dat ik dit wilde. Ik heb mijn mbo niveau 1 diploma, en van niveau 2 mijn certificaten in de richting Tuinbouw en landschap. Helaas geen diploma van niveau 2, omdat mijn Nederlands niet voldoende was.

Zuurstoftekort
Dit komt omdat ik zuurstoftekort heb gehad tijdens mijn geboorte. Hierdoor heb ik een verstandelijke beperking. Zelf heb ik niet het idee dat ik dingen niet kan doen. Nadenken gaat wat langzamer en leren ook.  Het lukt me niet om mijn eigen wegen uit te stippelen tijdens het trainen. Mijn vader helpt me hierbij, hij rijdt voor me op de scooter en dan volg ik hem. Ook woon ik nog thuis, ik ben nu 22 jaar. Die begeleiding heb ik nodig. Zelf lukt het me allemaal wat minder goed. Dingen overzien vind ik moeilijk. Maar eigenlijk weet ik niet beter.

De steun van mijn ouders
Mijn ouders betekenen heel veel voor me. Zonder mijn vader zou ik niet kunnen trainen zoals ik doe. En hij brengt me naar elke wedstrijd. Mijn grootste kracht is mijn doorzettingsvermogen. Ook ben ik goed in het zelf structuur aanbrengen. Sporten raad ik alle jongeren aan. Probeer dingen uit en kijk wat je goed ligt.

Wereldkampioen aangepast tijdrijden
In 2012 ben ik wereldkampioen geworden in aangepast tijdrijden. Dit gebeurde in Turkije. Dat was  toch wel de mooiste wedstrijd die ik ooit gereden heb. Bijna de hele tijdrit werd in Turkije uitgezonden op nationale televisie. Mensen leefden echt met me mee. In het vliegtuig terug naar huis werd ik zelfs herkend!

In Nederland wordt er veel te weinig aandacht besteed aan deze tak van sport. Het is zelfs geen olympische sport.  Dit vind ik erg jammer. Mijn ouders en ik hopen van harte dat dit wel gaat gebeuren. Dit jaar wordt er weer gekeken of het een olympische sport kan worden. Misschien dat er dan wat meer aandacht voor komt. Het is toch gek dat er hier zo weinig aandacht voor is.

Lance Armstrong
Wat ik daar van vind? Ik vind het apart wat hij allemaal heeft gedaan. Eigenlijk vind ik het gebruik van EPO en andere drugs best wel zwak. Als je gewoon hard traint moet het wel lukken zonder die troep. Mijn voorbeelden zijn Bradley Wiggins en Joop Zoetemelk.

Vertrouwen in de toekomst
Dit jaar doe ik mee aan de Europese kampioenschappen aangepast wielrennen. We hopen dat er nog wat andere renners meegaan zodat we echt als ploeg kunnen rijden. Er zijn nu nog 3 andere renners in aanvraag. Ik heb alle vertrouwen in de toekomst. Ik wil me ontzettend graag specialiseren in het tijdrijden op de baan.  Ik heb op dit moment een aantal enthousiaste mensen om mij heen verzameld die mij helpen om mijn dromen waar te maken.
Wil je meer lezen over Martijn Roest? Neem een kijkje op zijn website: www.martijnroest.nl
Je kunt hem ook volgen op twitter:  www.twitter.com/@Martijn_Roest 

Deborah deelt haar liefde voor sporten, iets wat ze nooit heeft gekend, totdat haar lijf niet meer deed wat ze wilde. Het gevecht om zoveel mogelijk van haar bewegingsvrijheid terug te krijgen begon en dit lukte onder andere dankzij sport.

Afgelopen zondag heb ik een grote wens van mijn bucketlist af mogen strepen. Iets wat jarenlang onhaalbaar was, werd zondag werkelijkheid. Ik liep mee met de Singelloop in Breda en ik heb de vijf kilometer in een keer uitgelopen, zonder te wandelen. Snel was ik niet, maar het ging erom dat ik het zou halen. En dat is gelukt! Voor de geïnteresseerden: ik heb er 34.56 min over gedaan.

Liefde voor sporten
Voor mij bewijst zondag dat er zoveel meer mogelijk is dan dat we in eerste instantie denken. Toen ik nog ‘gezond’ was, was ik het meisje dat als eerste afhaakte bij de piepjestest tijdens de gymles. Rondjes rond het voetbalveld, half krijsend liep ik te mekkeren dat ik het echt niet trok. En dat na ongeveer 1 km. Bij de gymles werd ik vanzelfsprekend altijd als een van de laatste gekozen. Bewegen was niet echt mijn ding. Mijn motoriek is nog steeds niet echt fantastisch en een atletisch persoon ben ik niet. Toch heb ik een liefde ontwikkeld voor sporten.

Mijn lijf deed niet wat ik wilde
Mijn lijf heeft jarenlang niet gedaan wat ik wilde. Een paar honderd meter lopen en ik was uitgeput, een trap oplopen en mijn benen vielen uit. Ondertussen verslechterde mijn conditie met de dag. Door alle aanvallen wilde ik niet eens meer in mijn lijf zijn. Het was voor mij een grote teleurstelling dat mijn lijf dit mij aandeed. Dat het eigenlijk alleen maar goed was dat mijn lijf er mee stopte, dat zag ik totaal niet in. Dat ik niet lekker in mijn lijf zat, lijkt me duidelijk.

Het was te veel
Mijn bewegingsvrijheid werd steeds meer beperkt. Fietsen lukte niet meer en ik kon niet zomaar even naar vrienden toe. Tijdens mijn opname mocht ik af en toe onder begeleiding naar het winkelcentrum en dat zat op 500 meter afstand. Mijn eerste poging bij de fysiogroep weet ik nog goed: ik moest met mijn benen wat gewicht wegdrukken, het was denk ik 1 kilo en na twee keer drukken vielen mijn benen al uit. Ik werd weggereden in een rolstoel na die enorme inspanning. Het was te veel.

Verzwakt lijf
Dat beeld is op mijn netvlies gebrand. Na mijn opname wist ik dat ik dit nooit meer wilde. Waar ik naar toe werkte wist ik niet en wat er mogelijk was nog minder, maar ik wilde zoveel mogelijk van mijn vrijheid terug. De eerste maanden revalideerde ik nog bij de fysiotherapeut, ik kon niet fietsen naar de fysio, dus werd ik vervoerd met ziekenvervoer. Fietsen was nog niet zo vanzelfsprekend. Mijn lijf was ontzettend verzwakt. Traplopen ging nog steeds niet vanzelf, maar ik probeerde door te zetten.

De fysio vond dat ik moest gaan sporten. Dat vond ik een dom idee. Mij in een sportschool zetten met allemaal van die apparaten. Wat moest ik daar nou mee? Als ik sterker wilde worden was dit de weg die ik af moest leggen. Vertrouwen krijgen in dat lijf. Succeservaringen opdoen. Actie dus.

Braaf naar de sportschool
Ik ging braaf twee keer per week fitnessen. Saai als wat en geen idee wat ik deed, maar ik deed het wel. Ik begon het gaaf te vinden om mijn oefeningen te doen en daarin steeds een stukje verder te gaan. Na anderhalf jaar miste ik de ‘uitdaging’ en verhuisde ik naar de sportschool ernaast. Deze sportschool was flink wat duurder, maar geeft ook groepslessen. Dat was wat ik wilde. Zumba, yoga, pilates en XCO. Doodeng vond ik het. Kon ik wel zo’n groepsles aan? Mee met het tempo? En wat als ik flauw zou vallen? Ik vond het hartstikke ongemakkelijk tussen al die hippe meiden. Ik begon met de wat rustige groepslessen en na een tijdje ging mijn vriendin Laura ook mee. Samen sta je een stuk sterker en durfde ik de wat zwaardere lessen aan. We probeerden XCO uit en waren meteen verslaafd. Het ziet er een beetje gek uit: je doet allemaal oefeningen met een rode ‘buis’ die gevuld is met grit. Op heerlijke muziek knal je al je zorgen eruit. Dankzij XCO durfde ik echt te leren vertrouwen op mijn lijf. Drie keer per week gingen we aan de slag met onze rode buizen.

Als een soort van rode draad spelen die groepslessen door de afgelopen jaren. Het sporten en de goede gesprekken geven me iedere keer opnieuw een enorme boost om de rest van de dagen goed aan te kunnen.

Nieuwe uitdaging
Na een paar jaar zocht ik een nieuwe uitdaging. Kijken wat er nog meer te halen valt uit dat lijf. Ik wilde leren hardlopen. In maart ben ik begonnen met een hardloopschema. Geen idee wat er mogelijk was met mijn belastbaarheid. Doodeng vond ik het weer. Het idee dat ik ergens op straat gevonden zou worden spookte iedere kilometer door mijn hoofd. Toch wilde ik mijn grenzen opzoeken. Waarom weet ik niet, want het kostte me enorm veel moeite, maar ik zette door. Iedere keer een stukje verder, langer en mijn lijf trok het. Natuurlijk viel het wel eens verkeerd, net als een groepsles, dan werd ik zo duizelig of misselijk dat ik moest stoppen. Maar ik ben nog nooit flauwgevallen van het sporten. Mijn angsten zijn nooit uitgekomen.

Hervonden vrijheid
Door te sporten verbreek ik iedere keer de blokkade tussen mijn hoofd en lijf en ik geloof dat die blokkade er ook steeds minder is. Ik accepteer mezelf steeds meer en zit lekkerder in mijn vel. Dankzij het hardlopen ervaar ik geluksstofjes die ik zelf anders nooit had aangemaakt. Zo goed als nu heb ik me namelijk nog nooit gevoeld. Dat mijn lijf dit weer kan, dit betekent alles voor mij.

Ik heb op zoveel vlakken mijn vrijheid weer terug en daar ben ik zo ontzettend dankbaar voor. En dat zo’n singelloop dan ook nog lukt is voor mij een grote bevestiging dat er een heleboel mogelijk is, als je er maar in gelooft en voor knokt!

Meer lezen van Deborah? Neem eens een kijkje op haar blog: www.hetvaltwelmaarnietmee.nl

Vivian vertelt over haar zoektocht naar de juiste sport, iets wat ze leuk vindt, maar ook wat past bij haar beperkingen. En na lang zoeken heeft ze haar sport zeker gevonden!

Aangepast sporten, grenzeloos genieten
Als rolstoelgebruiker of anderszins gehandicapt persoon krijg je te maken met heel veel grenzen en moeilijkheden. Dingen die voor anderen vanzelfsprekend zijn, kosten meer moeite, meer tijd en meer aandacht. Niet alleen dingen zoals school en zelfstandigheid, maar ook sporten horen daarbij. Wanneer je een motorische beperking hebt, zal het lastiger zijn om te voetballen, heb je een evenwichtsstoornis dan kun je turnen wel vergeten. Het vinden van de juiste sport met de juiste aanpassingen is vaak lastig, want lang niet alle sporten worden mogelijk gemaakt voor gehandicapte jongeren. Heel jammer, want sport kan juist datgene zijn waardoor je je beter voelt en je lichaam meer onder controle krijgt, of waardoor je toch kunt meedraaien in de maatschappij.

Van blokfluitles tot streetdance
Voor mij is het ook altijd moeilijk geweest door de complexiteit van mijn ziekte in combinatie met mijn handicaps: ik kan niet lopen doordat mijn botten niet sterk zijn, ik ben snel moe doordat ik een darmprobleem heb. Alles staat met elkaar in verbinding en met alles moet rekening gehouden worden. Sporten zat er vroeger vrijwel niet in, al heb ik van alles geprobeerd. Mijn ouders droegen steeds mogelijkheden aan: wil je soms op rolstoelhockey, rolstoeldansen? Op de basisschool, toen ik nog redelijk kon lopen, heb ik een paar keer yoga en streetdance gedaan, maar dat was snel voorbij doordat er te weinig animo voor was. Eigenlijk jammer, want dat vond ik juist de leuke dingen. Om te zorgen dat ik toch iets buitenshuis had, regelde mijn moeder op een gegeven moment blokfluitlessen voor me, maar ook dat was geen succes: ik kon er niks van en vond het ook helemaal niet leuk, dus stopten we maar weer. Rolstoeldansen dan, wat is daar zo verkeerd aan? begonnen mijn ouders weer. Op zich was het geen slecht idee, maar ik wilde niet zo de aandacht vestigen op mijn rolstoel en ik kon me er niets bij voorstellen, het was gewoon niets voor mij.

Het werd paardrijden
Er waren twee dingen die ik echter wel altijd leuk vond: ballet en paardrijden. Ballet omdat ik het zo mooi vond, dat sierlijke en elegante dansen van die meisjes, en omdat mijn zus veel verschillende soorten dans had gedaan. Maar met een rolstoel is dat vrijwel onmogelijk, dus het idee werd al snel verworpen. Wat overbleef was paardrijden. Vreemd genoeg iets waar geen van mijn ouders warm of koud van wordt: ja, mijn oma van moederskant komt uit een boerenfamilie en de broer van mijn vader heeft paarden (gehad), maar niemand van ons deed er echt iets mee. En toch heeft het mij altijd aangetrokken: die lieve ogen, die schattige oren, de schoonheid van paard en ruiter geheel synchroon in galop, de wind door de haren en manen… ja, dat wilde ik.

Een fijne plek
Dankzij een revalidatiearts kwam ik binnen bij de enige manege waar aangepast paardrijden mogelijk is in onze omgeving: Manege De Hazelaar te Rotterdam. Elke zaterdag wordt er paardrijles gegeven aan mindervalide ruiters, die zowel geestelijk als lichamelijk beperkt kunnen zijn. Een heerlijke plek, niet alleen door de aanwezigheid van super lieve en betrouwbare paarden – gepensioneerd en geheel mak – ook door de fijne zorg: gediplomeerde instructeurs en vrijwilligers die voor optimale veiligheid bij de ruiters lopen en het eventueel kunnen overnemen. Dankzij een perron voor op- en afstijgen en dingen als steunzadels is het echt voor iedereen mogelijk om een lekkere buitenrit of een snelle draf te maken.

Kijk er iedere week naar uit
Vijf jaar geleden begon ik met paardrijden: er werd een perfecte pony voor me uitgekozen en vijf jaar later rijd ik nog steeds op hem, een onwijs lieve ouwe jongen die Twanko heet en zo ongeveer de betrouwbaarste van de manege is, maar die mij ook lekker kan uitdagen en trainen door bij vlagen koppig en eigenwijs te zijn. Ik weet nog hoe eng ik het eerst vond en hoezeer ik er al snel van ging genieten. Hoe trots ik was als ik weer een nieuw trucje had geleerd: voor het eerst op een zadel, voor het eerst zelf aandrijven, voor het eerst draven, voor het eerst met teugels sturen. Stap voor stap meer controle, meer training en ook vooral meer contact met die lieve pony. Het is iets waar ik elke week weer naar uitkijk: ik moet me echt ziek voelen om niet te gaan. Wat het precies met me doet kan ik niet uitleggen, maar het is enorm fijn en ik ben dan ook heel blij dat het kan: dat ik op alle mogelijke manieren van sport kan genieten terwijl het ook nog eens precies past bij wat ik heb, wie ik ben en wat ik nodig heb.

(En mocht je iemand kennen in de omgeving van Rotterdam die graag vrijwilligerswerk wil doen, de manege heeft heel hard mensen nodig! Neem gerust een kijkje op de website: www.manegedehazelaar.nl)

Meer lezen van Vivian? Neem eens een kijkje op haar blog: www.viviansvocabulaire.nl